Politiek-digitaal.nl, 26 november 2003
De introductie van interactieve besluitvorming in gebiedsgericht beleid
Maatschappelijke partijen met sociale, milieu- of economische belangen worden vaker betrokken bij het ontwikkelen van beleids- en uitvoeringsplannen.
Door Steven de Jong
Zo kunnen zij meebeslissen over de toekomst van hun leefomgeving. Interactief beleid is de “motor” van gebiedsgericht beleid geworden.
Interactief beleid
Begin jaren negentig leidde de grotere mondigheid van de burger en de steeds professionelere wijze waarop belangengroepen én individuen beleids- en planprocessen dwarsboomden tot een herbezinning op het ontwikkelingstraject. Geconcludeerd werd dat het noodzakelijk was belanghebbenden eerder en in grotere getale te betrekken bij het ontwikkelen van beleids- en uitvoeringsplannen. Dit eerder betrekken kreeg de naam "interactieve beleidsvorming" en is na de hype van de afgelopen jaren nu een ingeburgerd begrip in overheidsland (Twijnstra Gudde, 2003).
Gebiedsgericht beleid
Interactief beleid drong ook door in het opkomende gebiedsgericht beleid. Een beleidsvorm welke op een geografisch begrensd gebied van toepassing is en een tweezijdig integraal karakter heeft.
Binnen het taakveld milieu zijn hiertoe sectorale bodembeschermingsgebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden samengesmolten tot meer integrale milieubeschermingsgebieden. Daarnaast vond er in deze nieuwe beleidsaanpak een verbreding plaats van milieu naar omgeving. Daarmee werd ook de sociale en economische versterking van de gebieden onderwerp van het gebiedsgerichte milieubeleid .
Deze integrale benadering bracht de overheid tot samenwerking met betrokkenen in het veld. De betrokkenheid van belanghebbende groepen bleek namelijk onontbeerlijk te zijn om een sterk draagvlak te creëren voor het beleid en voor de noodzakelijke maatregelen. Ook was men overtuigd dat de betrokkenheid van actoren de kwaliteit van het beleid zou versterken. Een efficiëntere beleidsuitvoering bewerkstelligen, door een combinatie van een maatschappelijk aanvaard en kwalitatief hoogstaand beleid, werd het beoogde doel. Interactiviteit zou de “procesolie” worden voor gebiedsgericht beleid.
De Reconstructiewet
Voor het integraal aanpakken van problemen op het gebied van de veterinaire kwetsbaarheid, natuur, landschap, milieu en ruimtelijke kwaliteit werd in het kader van gebiedsgericht beleid op 1 april 2002 de Reconstructiewet Concentratiegebieden in het leven geroepen.
Centraal bij deze wet staat het bereiken van een nieuw evenwicht tussen de verschillende functies in het landelijk gebied, waarbij een duurzaam perspectief voor de landbouw en verbetering van het leefmilieu in onderling verband wordt nagestreefd.
De provincies hebben een centrale rol bij het opstellen van het reconstructieplan. Zij worden bijgestaan door reconstructiecommissies waarin onder meer vertegenwoordigers van gemeenten, waterschappen, natuur- , landbouw- en milieuorganisaties zitting hebben. De ministeries van LNV en VROM zijn adviseur in de commissies. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) van het ministerie van LNV ondersteunt de commissies. In het opstellen van het concept-reconstructieplan worden zowel de bestaande als de gewenste toestand van het te reconstrueren gebied beschreven. Het plan is Milieu-Effect-Rapportage-plichtig. Nadat het concept ter visie is gelegd is er vier weken gelegenheid tot inspraak. Provinciale Staten stellen het reconstructieplan in de daaropvolgende acht weken vast. Het plan van de provincie moet vervolgens door de ministers van LNV en VROM worden goedgekeurd. Het reconstructieplan bestrijkt een termijn van ten hoogste twaalf jaren, waarbij om de vier jaar door Gedeputeerde Staten wordt bekeken of het plan aanpassing behoeft.
De wet heeft een zekere prioriteit ten opzichte van de Landinrichtingswet en bestemmings- en streekplannen, maar is onderhavig aan Europese regelgeving, de Wet Herstructurering Varkenshouderij en al vastgelegde milieunormen. De wet is enerzijds op te vatten als een klassieke top-down wet (met name op het gebied van de ruimtelijke ordening) en anderzijds als een moderne bottom-up wet gezien de reconstructiecommissies.
De introductie van interactieve besluitvorming in gebiedsgericht beleid
Maatschappelijke partijen met sociale, milieu- of economische belangen worden vaker betrokken bij het ontwikkelen van beleids- en uitvoeringsplannen.
Door Steven de Jong
Zo kunnen zij meebeslissen over de toekomst van hun leefomgeving. Interactief beleid is de “motor” van gebiedsgericht beleid geworden.
Interactief beleid
Begin jaren negentig leidde de grotere mondigheid van de burger en de steeds professionelere wijze waarop belangengroepen én individuen beleids- en planprocessen dwarsboomden tot een herbezinning op het ontwikkelingstraject. Geconcludeerd werd dat het noodzakelijk was belanghebbenden eerder en in grotere getale te betrekken bij het ontwikkelen van beleids- en uitvoeringsplannen. Dit eerder betrekken kreeg de naam "interactieve beleidsvorming" en is na de hype van de afgelopen jaren nu een ingeburgerd begrip in overheidsland (Twijnstra Gudde, 2003).
Gebiedsgericht beleid
Interactief beleid drong ook door in het opkomende gebiedsgericht beleid. Een beleidsvorm welke op een geografisch begrensd gebied van toepassing is en een tweezijdig integraal karakter heeft.
Binnen het taakveld milieu zijn hiertoe sectorale bodembeschermingsgebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden samengesmolten tot meer integrale milieubeschermingsgebieden. Daarnaast vond er in deze nieuwe beleidsaanpak een verbreding plaats van milieu naar omgeving. Daarmee werd ook de sociale en economische versterking van de gebieden onderwerp van het gebiedsgerichte milieubeleid .
Deze integrale benadering bracht de overheid tot samenwerking met betrokkenen in het veld. De betrokkenheid van belanghebbende groepen bleek namelijk onontbeerlijk te zijn om een sterk draagvlak te creëren voor het beleid en voor de noodzakelijke maatregelen. Ook was men overtuigd dat de betrokkenheid van actoren de kwaliteit van het beleid zou versterken. Een efficiëntere beleidsuitvoering bewerkstelligen, door een combinatie van een maatschappelijk aanvaard en kwalitatief hoogstaand beleid, werd het beoogde doel. Interactiviteit zou de “procesolie” worden voor gebiedsgericht beleid.
De Reconstructiewet
Voor het integraal aanpakken van problemen op het gebied van de veterinaire kwetsbaarheid, natuur, landschap, milieu en ruimtelijke kwaliteit werd in het kader van gebiedsgericht beleid op 1 april 2002 de Reconstructiewet Concentratiegebieden in het leven geroepen.
Centraal bij deze wet staat het bereiken van een nieuw evenwicht tussen de verschillende functies in het landelijk gebied, waarbij een duurzaam perspectief voor de landbouw en verbetering van het leefmilieu in onderling verband wordt nagestreefd.
De provincies hebben een centrale rol bij het opstellen van het reconstructieplan. Zij worden bijgestaan door reconstructiecommissies waarin onder meer vertegenwoordigers van gemeenten, waterschappen, natuur- , landbouw- en milieuorganisaties zitting hebben. De ministeries van LNV en VROM zijn adviseur in de commissies. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) van het ministerie van LNV ondersteunt de commissies. In het opstellen van het concept-reconstructieplan worden zowel de bestaande als de gewenste toestand van het te reconstrueren gebied beschreven. Het plan is Milieu-Effect-Rapportage-plichtig. Nadat het concept ter visie is gelegd is er vier weken gelegenheid tot inspraak. Provinciale Staten stellen het reconstructieplan in de daaropvolgende acht weken vast. Het plan van de provincie moet vervolgens door de ministers van LNV en VROM worden goedgekeurd. Het reconstructieplan bestrijkt een termijn van ten hoogste twaalf jaren, waarbij om de vier jaar door Gedeputeerde Staten wordt bekeken of het plan aanpassing behoeft.
De wet heeft een zekere prioriteit ten opzichte van de Landinrichtingswet en bestemmings- en streekplannen, maar is onderhavig aan Europese regelgeving, de Wet Herstructurering Varkenshouderij en al vastgelegde milieunormen. De wet is enerzijds op te vatten als een klassieke top-down wet (met name op het gebied van de ruimtelijke ordening) en anderzijds als een moderne bottom-up wet gezien de reconstructiecommissies.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten